Stap 3: Vak → Traject
In deze stap worden de faalkansen van de dijkvakken uit Stap 2 gecombineerd tot één faalkans voor het traject.
Een dijktraject bestaat uit meerdere dijkvakken en wordt beschouwd als een seriesysteem: falen van één vak leidt tot falen van het traject.
Bepaling van de trajectfaalkans
Het lengte-effect is volledig verwerkt op vakniveau via \(N_{\mathrm{vak}}\). Daarom worden vakkansen op trajectniveau niet opnieuw opgeschaald.
Voor STPH wordt de trajectfaalkans benaderd met:
De bijbehorende betrouwbaarheidsindex volgt uit:
De α-vector op trajectniveau wordt overgenomen uit het meest ongunstige vak.
Bepaling van β en α bij assemblage
Bij het combineren van kansen in GeoProb-Pipe wordt onderscheid gemaakt tussen:
de grootte van de faalkans (\(P_f\), β);
de richting van falen (α).
Bij kanscombinaties (scenario → uittredepunt → vak → traject) wordt de faalkans bepaald via probabilistische aggregatie.
De bijbehorende α-vector wordt steeds overgenomen uit het meest ongunstige onderliggende element, omdat:
α-vectoren niet lineair optelbaar zijn;
het falen van het systeem wordt gedomineerd door één kritische faalmodus;
dit consistent is met het seriesysteem-concept.
Concreet betekent dit:
αuittredepunt ← meest ongunstige scenario
αvak ← meest ongunstige uittredepunt
αtraject ← meest ongunstige vak